De slag aan de Leie (24-28 mei 1940)

De slag aan de Leie is het geheel aan gevechten, die in Vlaanderen van 24 tot 28 mei 1940 geleverd werden door het Belgisch leger, door zijn terugtrekkingsbewegingen vermoeid en verminderd.

Op 21 mei heeft ons leger stelling genomen langs het kanaal Gent-Terneuzen, het bruggenhoofd Gent en stroomopwaarts de Schelde tot Oudenaarde, terwijl de 2de Duitse Panzerdivisie dezelfde avond Abbeville bereikt.

Op de conferentie van leper op 21 mei werd beslist dat de legergroep nr. 1 (Franse en Britse troepen) naar het zuiden zou aanvallen om de binding met het gros van het Franse leger te herstellen. De rol van het Belgisch leger bestaat erin deze operatie naar het noorden te dekken door het gevecht te aanvaarden.

Schets 146

Het is in de morgen van 22 mei dat Koning Leopold III besluit slag te leveren op de stelling aan de Leie en het afvloeiingskanaal en in de ochtend van 24 mei heeft het Belgisch leger een front in cirkelboog van 95 km van Menen tot de monding van de Schelde.

In de namiddag van 24 mei gaat het 6de Duitse leger tot de aanval over met vier divisies, aan beide zijden van Kortrijk. De derde infanteriedivisie en een regiment van de 1ste infanteriedivisie worden aangevallen door een macht die drievoudig is aan de hunne. Onder de schok worden de Belgische divisies uiteengedreven.

In de ochtend van 25 mei gaat het 18de Duitse leger eveneens ten aanval ten noorden en ten zuiden van Deinze. Ten noorden van Deinze vernietigt de 56ste  Duitse divisie bijna volledig de 4de Belgische divisie en stormt naar Vinkt. Maar het 1ste regiment Ardeense Jagers, dat rustte in Vinkt, organiseert vlug de verdediging van dit dorp en ondanks hun inspanningen slagen de Duitsers er niet in Vinkt in te nemen.

In de sector Ronsele liquideert een briljante tegenaanval van het 22ste Liniebataljon en het Esk. Cyclisten van de 12de infanteriedivisie een doorbraak van de Duitsers ten westen van het afvloeiingskanaal en maakt 230 Duitse krijgsgevangenen.

Gedurende de dag van 26 mei wordt het Belgisch leger over bijna geheel zijn front aangevallen.

Drie grote bressen worden in de Belgische stelling geslagen. Zij worden dichtgestopt door een zwak troepenscherm, behalve in het
zuiden waar de scheiding tussen het Belgisch leger en het Britse leger een voldongen feit is.

Dezelfde dag om 18.57 uur ontvangt de Britse generaal Gort het bevel het inschepen van zijn troepen te verwezenlijken.

Op 27 mei richten de Duitsers hun inspanningen op Tielt en doorbreken het Belgisch front over een breedte van 7 km. Op bevel evakueren de Ardeense Jagers om 12.30 uur het dorp Vinkt, dat zij zeer goed hadden verdedigd. De opeenvolgende Duitse aanvallen rechtvaardigen de algemene terugtrekking op de lijn Tielt-Knesselare-Maldegem. Het front is zo breed mogelijk uitgerokken en het opperbevel beschikt over geen reserves meer. Toch doet een groepering bestaande uit: 1ste en 4de Cyclisten, 1ste Groep 19de Artillerie, elementen van het 1ste Jagers te paard en de Cie van kanonnen 4,7 van de 13de Inf. Divisie, in de namiddag een succesrijke tegenaanval te Knesselare (118 Duitse krijgsgevangenen).          .

Op elk ogenblik kan een doorbraak die het geheel van de beschikbare groepen ontwricht, zich voordoen. Aan de andere kant is het land overspoeld van de vluchtelingen.

Om de eventuele voorwaarden van een wapenstilstand te kennen, wordt een onderhandelaar, de onderbevelhebber van de generale staf, om 17.00 uur naar de commandant van het 6de Duitse leger gestuurd, de geallieerden worden verwittigd dat de weerstand van het Belgisch leger ten einde loopt.

Hitler aanvaardt slechts de onvoorwaardelijke overgave. De wapenstilstand op het Belgisch front is aldus vastgesteld op 28 mei om 04.00 uur in de morgen. Geen enkele vlag viel in handen van de vijand.

De veldtocht van mei 1940 heeft het Belgisch leger in totaal 5.705 gekost, waarvan 2.542 bij de slag aan de Leie, die ook meer dan 10.000 gewonden veroorzaakte.