Hoe wij het oversteken van de Leie beleefden

 
Getuigenis van onderofficier DITTERT, 10e Cie Inf. Reg. Erdmannsdorff in het boek "Unser Weg zum Meer" van Georg von Altenstadt, uitgegeven in 1941.
Unser Weg zum Meer
Unser Weg zum Meer

Er lag een dichte nevel over het dorp Harelbeke, toen in de morgenuren van 24 mei 1940 het derde bataljon van ons infanterieregiment aan de spoorwegdam ten zuidwesten van Harelbeke zich in stelling stelde, om het overschrijden van het kanaal (Leie) waar te maken. Het derde peloton van onze compagnie werd als voorzorgsmaatregel in het dorp vooruitgestuurd, want het iets dieperliggende kanaal, het kanaal van de Leie, was slechts 100 meter verder. 

Langzaam begon de nevel op te trekken en van het ogenblik af dat er ook maar een weinig zicht was, begon het vijandelijke artillerievuur. Granaat na granaat sloeg in de huizen van Harelbeke in. Granaatsplinters en steenbrokken vlogen nog over onze compagnie, die zich op ongeveer 300 meter achter de spoorwegdam in volle dekking bevond. Het duurde niet lang voordat de eerste granaten voor en achter de spoorwegdam insloegen. Het regent aarde en losse granaatsplinters op ons. Het hoofd wordt nog wat dieper ingetrokken. 

Vanuit Harelbeke horen wij onze MG over het kanaal schieten, maar de vijand blijft voortdurend antwoorden. Nu hebben onze verkenners de eerste vijandelijke weerstandsnesten ontdekt en al vliegen onze 10,5Cm en 15Cm granaten, met onze beste wensen, in de vijandelijke stellingen. Het grootste artillerieduel is begonnen, enkel met dit onderscheid, dat de vijand driemaal zoveel op het hoofd krijgt als hij ons overstuurt. Op dit ogenblik wordt de pelotonscommandant van het tweede peloton naar het regimentshoofd-kwartier geroepen. Na een half uur komt hij terug, drager van het EK II klasse. In de morgenuren was hij over het kanaal gezwommen, had een Belg gevangengenomen en in een buitgemaakte boot over het kanaal teruggebracht. Dit alles onder het vuur van vijandelijke machinegeweren.
Nadat we nu nog een paar uren in de zon geslapen hadden, kwam het bevel van de compagnie:

Om 15.40 uur trekt de compagnie over het kanaal en bereikt aanvallend de westelijke rand van Kuurne.
Intussen hebben de genietroepen grote en kleine vlotten aan de spoorwegdam gebracht, waar wij ze overnemen.

Vlotten op de Leie

De pelotonscommandanten duiden aan wie eerst overgezet worden. De pelotonscommandant gaat mee met de eerste twee groepen. Daartoe staat een klein vlot ter beschikking.
Met korte rukken bereikt nu het peloton de Dorpstraat van Harelbeke en gaat achter de voor het kanaal (Leie) staande huizen in dekking. De MG-compagnie had intussen haar zware MG's op de zolders van de huizen opgesteld en uit kleine in het dak uitgebroken kijkgaten wordt de vijand beschoten. 

Het is bijna 15.40 uur. Alles wordt nog eens besproken en dan is het zo ver. Alle steunwapens zoals artillerieschutters, zware mortieren en zware MG's openen het vuur. Er is zoveel lawaai, dat men zijn eigen stem niet meer hoort.

Werner von Erdmannsdorff, Heinz Kattner und Friedrich Stephan
Werner von Erdmannsdorff, Heinz Kattner und Friedrich Stephan 

Dan komt het teken van. De pelotonscommandant en snel worden de vlotten naar het kanaal gedragen. Wij zijn al aan de oever en nog is geen schot op ons afgevuurd, niettegenstaande wij van de overkant goed zichtbaar zijn. Wij laten de boot te water en springen erin. De MG-schutter 1 had zijn MG aan de boeg van ons vlot in stelling gebracht en schiet wat hij kan, terwijl de anderen met alle armkracht de roeispanen hanteren. Snel zijn we aan de overkant. In een ogenblik heeft iedereen het vlot verlaten en springt in korte sprongen weg van de landingsplaats. Eerst nu hadden we een ogenblik tijd om het voor ons liggende terrein te bekijken.

Een brandende fabriek voor ons en daarvoor stellingen van de vijand. Men ziet niets van hem, enkel het opflakkeren van vuurmonden van geweer- en MG-schutters. Eerst nu schijnen ze bemerkt te hebben dat wij hen aanvallen. Hun MG's schieten zonder onderbreking. Degenen die na het eerste peloton over het kanaal willen, lijden al de eerste verliezen, vooraleer ze het kanaal bereiken. 

Het eerste peloton probeert nu de fabriek in stormloop te nemen. Hier en daar blijft een kameraad liggen. Vele jonge mensenlevens vinden hun einde. Er blijven nog 60 tot 70 meter tot aan de fabriek. Het vijandelijk vuur wordt steeds sterker. Als er zich ook maar één staalhelm van ons verheft, wordt hij onmiddellijk door vijandelijke scherpschutters bestookt. Het is bijna alsof de aanval blijft steken.

Op dat ogenblik werpen de commandanten van het 1ste peloton en het 2de peloton nog eens alles vooruit. In een zonder acht slaan op verliezen gevoerde aanval, wordt de muur van de fabriek bereikt en de vijand in een lijf aan lijf gevecht uit zijn stellingen verdreven.

Met de armen boven het hoofd komen ze uit hun mangaten. Het zijn Belgische elitetroepen, die de aftocht der Engelsen moesten dekken en als beloning daarvoor nu in Duitse krijgsgevangenschap gaan.

Er ligt een zeer sterk artillerievuur over de plaats waar wij overstaken, maar dit kan de aanval niet meer stuiten. Ondertussen zijn ook onze buurcompagnies overgekomen. Overal wordt de vijand teruggeworpen en wordt langzaam, stap voor stap, huis na huis van Kuurne veroverd.

Als het dan donker wordt, is alles van vijanden gezuiverd. Wij graven ons in aan de rand van het dorp en bewaken het moeilijk veroverde stukje grond tegen eventuele vijandelijke tegenaanvallen. Deze dag had veel offers gevraagd, maar het doel, een weg over het kanaal van de Leie te banen, is bereikt. De aanvalsgeest van de Duitse infanterie won het hier van de beste verdedigingsstelling en van keurtroepen van het Belgisch leger.