Slag aan de Leie bij Kuurne

De meidagen van 1940 hadden deze anders zo rustige vlassersgemeente op de militaire kaart gezet. Door de steeds verergerende toestand waarin de geallieerde legers (Belgen, Britten, Fransen) zich bevonden, werd op 21 mei 1940 te leper de beslissing genomen om zich achter de Leie terug te trekken. De 3° Infanterie Divisie (3°ID) o.l.v. Generaal Lozet moest stelling nemen op de linker Leieoever tussen Kortrijk en Ooigem (Kanaal Roeselare Ooigem). Deze divisie bestond uit 3 regimenten. (1°, 12° en 25° Linie Regiment). Het 12° Linie Regiment (12°LR) dat zich eerst in Wakken bevond zou post vatten te Kuurne tussen Kortrijk en Bavikhove. Op 22 mei om 8 uur kwamen de mannen in Kuurne aan en begonnen in de omliggende Leiemeersen schutterskuilen te graven. Het ondiepe grondwater maakte de aarde zo drassig dat elke put met hooi en vlaslemen moest worden aangevuld. Het 12°LR had reeds heel wat manschappen verloren en allen waren moe van de vele lange marsen (de eenheid kwam reeds van Namen via Gent, Ruiselede en Wakken naar Kuurne). Met ongeveer 2.000 man (normaal 3.750 man per regiment) moest de korpsoverste Kolonel Ivan Gérard zijn sector tegen de oprukkende Duitsers verdedigen.

Op 23 mei kreeg de burgemeester het bevel om de bevolking van Kuurne te evacueren. Men had reeds een vermoeden van wat er komen zou. Diezelfde dag hadden de terugtrekkende Britten (British Expeditionary Force) de bruggen over de Leie opgeblazen, maar het werk was zo stuntelig uitgevoerd dat de Belgische Genietroepen het nog eens moesten overdoen. Daar de kerktoren van de Sint-Salvatorkerk in Harelbeke door de Duitsers als uitkijkpost kon worden gebruikt, moest hij worden neergehaald. Met de nodige hoeveelheid springlading werd de klus geklaard door de Belgische genietroepen. Ook de kerktoren van Beveren-Leie werd die dag naar beneden gehaald.
Het 3° Artillerie Regiment (3° AR) dat het 12°LR moest ondersteunen, had zijn veldgeschut opgesteld achter de Brugsebaan (Lendelede-Izegem) en richtte de vuurmonden op de rechter Leie-oever. In de namiddag van 23 mei 1940 was het dan zover. De eerste Duitsers reden Harelbeke binnen en vestigden zich in de huizen met zicht op de linker Leie-oever. Mitrailleurs werden op zolders geplaatst en tussen de opengetrokken dakpannen werd de loop naar de Leie gericht. Elke beweging van de Belgen werd nauwgezet gevolgd en veelal met een mitrailleursalvo beantwoord. Het 12° LR had als opponenten 2 Duitse regimenten uit de 18° Silezische Divisie, m.n. het 30° Inf. Rgt (ErdmannsdorfRegt.) en het 51° Inf. Rgt. (Bohnstedt Rgt.). De Duitsers kregen daarbij nog de steun van verkenningsvliegtuigen die de linker Leie-oever afspeurden. De nacht van 23 op 24 mei bleef kalm en beperkte zich tot het over en weer schieten van de artillerie. Maar bij de eerste ochtend klaarte brak de hel in alle hevigheid los. Het Duitse geschut bracht de Belgische stellingen een zware klap toe. De voorste verdedigingslijnen werden afgezonderd van de achterliggende troepen. De Duitse artillerie vuurde uit alle hevigheid naar de overliggende oever en verlegde de inslagplaats telkens met enkele meters. Door de zwarte rook die opsteeg uit vele brandende vlasschuren werd het moeilijk om een overzicht te krijgen van de ganse gevechtssituatie. Het 12° LR zag zijn rangen nogmaals uitdunnen. De Belgische artillerie die opgesteld stond tussen Lendelede en Rumbeke werkte met grote precisie. Hierdoor mislukte deels de Duitse poging om de Leie, ter hoogte van de Watermolens (toen gekend als Ozonia), over te steken.

Met aangebrachte rubberbootjes konden de Duitsers dan l peloton overbrengen. Bij de tweede oversteek poging werd de rechter oever door de Belgische strijders onder vuur genomen. Gezien de Duitse rubberbootjes aan flarden waren geschoten werden afgerukte huisdeuren gebruikt om over te peddelen. In de namiddag kregen de Duitsers vaste voet op de linker Leie-oever tussen Kuurne en Harelbeke waar ze een bruggenhoofd vormden. Ook aan de Hoge Brug in Harelbeke was de overtocht geslaagd. Door middel van observatieballonnen opgelaten te Harelbeke kregen de Duitsers een klare kijk over de Belgische stellingen. De Belgische troepen konden niets anders dan zich terugtrekken richting Brugse baan.
De Duitse troepen zwermden uit en namen het centrum van Kuurne in. Langs de Leie-boord te Kuurne, waar de Heulebeek in de Leie mondt, wist soldaat Joseph Verhaeghe (afkomstig van Bissegem) als enkeling stand te houden. Vanuit zijn mitrailleursnest schoot hij tientallen Duitsers neer die zich aan de oversteek waagden, tot een Duitse granaat hem fataal werd. De Duitse officieren gaven hem een speciale eerbetuiging en stelden hem tot voorbeeld van dapperheid aan hun eigen mannen.
Tegen de avond werd het 12°LR afgesloten van zijn rechter buur, het 24° LR, dat zich te Kortrijk bevond. Te Kuurne was de slag gestreden. Het 12°LR trok zich diezelfde avond achteruit richting Ardooie en zou via Ruddervoorde en Oostkamp in Ichtegem aankomen, waar het op 28 mei de capitulatie meemaakt.
Kuurne had veel geleden tijdens die twee dagen, tientallen huizen en vlasschuren waren uitgebrand. 106 Belgische soldaten lieten het leven, een 500-tal werd gewond en 800 man werd door de Duitsers krijgsgevangen genomen.

 

Wat nu volgt is het verhaal van Paul Biron, een Waals soldaat van het 12e linie, die de strijd aan de Leie te Kuurne in alle hevigheid heeft meegemaakt. De plaats waar deze dappere soldaat gevochten heeft, situeerde zich tussen de nieuwe Leiebrug, de bloemmolens, Ozonia en de Krekelstraat. Het is ook het verhaal van andere Belgische soldaten die te Kuurne gesneuveld zijn en van wie de naam gebeiteld staat op het Leiemonument.

Woensdag 22 mei 1940

8.00 uur... In de vroege morgen, na vier uur marcheren waren we aangekomen in een dorp genaamd Kuurne. Het gaf een vriendelijke indruk. Onmiddellijk zetten de officieren ons aan het werk. Op bevel van luitenant Stasse plaatsten wij ons dicht bij de brug aan de Leie. De luitenant zelf installeerde zich met zijn commandopost in een groep van een viertal huizen, samen met de groep van sergeant Neven. De jongens van de D-batterij stelden zich op achter de huizen, van waar ze toch nog een goed zicht hadden op de Leie.
Naast mij lag de groep van adjudant Denijs en achter ons degenen van luitenant Vandresse. We hielden ons schuil in een roggeveld en moesten ter plaatse afzonderlijke putten delven om ons te beschermen. Het lukte maar half met onze kleine veldschop. Ik vroeg daarom aan de sergeant de toelating om een grotere schop te mogen zoeken.

Ik kwam aan een herberg genaamd "De Nieuwe Wereld". De bewoners waren nog thuis. De voorkamer (herberg) was bezet met tafels en stoelen. Door de keukendeur kwam een gewichtige vrouw, ze was moeilijk te been/" Ik vroeg haar of ze me soms een spade kon lenen. Jammer, ze verstond geen Frans ... Gelukkig kwam er een jonge dochter. Ik herhaalde mijn vraag ... ik zou een grote schop willen en maakte bewegingen alsof ik de tuin wilde omspitten. Ze moest niet ver zoeken en kwam terug met een spade. Ik haalde mijn zakdoek boven om mijn zweet afte drogen. Toen ze deze vuile zakdoek zag, stelde ze me voor hem te wassen. Ik wilde juist weggaan toen een klein blond meisje de herberg binnenkwam. Het was ongeveer zeven of acht jaar. Het sprak me aan in zijn drollig dialect en wees naar de blinkende cijfers op mijn vest, de kentekens van het 12de  Linie regiment. Zonder verpinken trok ik ze af en gaf ze als "souvenir" aan het kind.

Ik trok met mijn spade terug naar het roggeveld. De sergeant maande ons aan om vlug alles in gereedheid te brengen. Hij ontving order dat onze artillerie zou pogen een aanval te doen en dat wij ons ondertussen goed moesten verschuilen omwille van de tegenreactie. Onze kanonnen zouden schieten tot op de overkant van de Leie, om het terrein aldaar onbruikbaar te maken voor de vijand.
Er waren nog maar enkele granaten gevallen, of we vernamen al dat ze op onze stellingen waren terechtgekomen. Enkele woningen in onze omgeving werden er door beschadigd. Korporaal Stevens, de man van de transmissie, zat verscholen in de bloemmolens, dicht bij de Leie, zag wat er gaande was en verwittigde onmiddellijk de batterij die moest stoppen met schieten. 
De Engelsen kwamen nu over de brug van de Leie. Ze hadden goed materiaal, maar een belachelijke platte helm. Opeens begon mijn hart wat sneller te kloppen. Ik zag in de verte een dozijn soldaten afkomen. Gelukkig, ... het waren Belgen, onder geleide van sergeant Bottin. Onder hen herkende ik ook Drouget en Paquay.

De 3e Infanterie Divisie, van Luitenant-Generaal Gaston Lozet, bezette de sector langs de Leie, van Kuurne tot aan de sluizen van Ooigem. Ze was onderverdeeld als volgt: het 12e Linie in Kuurne, het 25e Linie te Bavikhove en het 1 e Linie te Ooigem. Het hoofdkwartier te Ooigem was gevestigd op de hoeve J. D'Hoop-Veys, dat van Kuurne op de hoeve Yserbyt aan de Armstraat (Kon. Boudewijnstraat). De zware artillerie stond opgesteld in de vroegere Groenestraat (nu St. Pietersstraat), achter de Brugsesteenweg.

Het 12e Linie, dat uit de richting Dentergem en Wakken was gekomen, had al bijna de helft van zijn manschappen verloren. Misschien waren ze nog maar met zo'n 2000. Ze werden over de sector versterkt door het eveneens uitgedunde 2e Regiment Grenswielrijders, dat vooral vanaf de Leiehoek, verder stroomafwaarts steun zou verlenen aan het 12e Linie.

Koortsig hadden onze soldaten schuttersputten en verschansingen gegraven. Ze wachtten alleen nog op het nakende moment, bang maar bereid om zich tot het uiterste te verdedigen.

Donderdag 23 mei 1940

In de nacht van 22 op 23 mei is het eerste gedeelte van de terugtocht, zoals afgesproken op de Conferentie van Ieper van 21mei, van start gegaan. Om die terugtocht  wat te vergemakkelijken leggen pontonniers  onder andere in Astene en Baarle een brug over de Leie.  Men begint de allerlaatste stelling in gereedheid te brengen, dit gebeurt op het Afwateringskanaal van de Leie en de Leie zelf. HET WORDT DE ULTIEME SLAG .
De Duitsers installeren zich aan de Oostelijke Leieoever. De Luftwaffe voert voortduren verkenningsvluchten uit?  Overal langsheen het front laten de Duitsers kabelballons op, deze waarnemingsballons zijn de ogen van de Duitse artillerie. In de namiddag zijn er her en der schermutselingen tussen Belgische en Duitse verkenningspatrouilles.
 
De Belgische legerleiding heeft de eenheden aan het front het bevel om gedurende de dag verkenningstochten uit te voeren.  Deze verkenners moeten informatie verzamelen en ook proberen om Duitsers gevangen te nemen.
 

De infanteristen van de 1ste Infanterie Divisie (1ste I.D.) zijn reeds gisterenavond in de hun aangewezen sector aangekomen. De Linie regimenten van de divisie, het 3de, 4de en het 24ste, gaan er hun gevechtsposities innemen. De 1ste I.D. van luitenant-generaal Coppens bestaat vooral uit West-Vlamingen. Het 24ste dat een reserveregiment is van het 4de Linie uit Brugge staat paraat te Kortrijk. Het Oostendse 3de Linie stelt zich op te Bissegem, het 4de Linie ligt van Wevelgem tot tegen Menen. In Menen moeten Britse troepen de verdedigingslijn versterken. De drie regimenten plaatsen elk twee bataljons vooraan tegen de rivier, het derde word erachter op de hoogten opgesteld. De 1ste groep van het 1ste Lichte Regiment ( dit zij Rijkswachters in kakiuniform ter versterking aan de divisie toegevoegd) word in reserve gehouden. De 1ste I.D. is uiteraard door de gevechten en de terugtochten van de vorige dagen verzwakt en uitgedund. De ongeveer 7500 militairen hebben nog 300 machinegeweren en mitrailleurs ter beschikking. De helft van hun mortieren zijn ze kwijt, evenals 2/3 van hun lichte 4.7cm kanonnen. Tegen de middag arriveert ook de artillerie van de divisie het 1ste Artillerie (1A) zo kan het 19A nu terugkeren naar haar eigen eenheid, het Cavaleriecorps. Terugtrekkende elementen van de Britse 44th Infantry Division blijven de sector doorkruisen.
 
Ook de mannen van de 3de Infanterie Divisie (3deI.D.) maken zich klaar voor de strijd. In hun sector, deze loopt van in Kuurne tot in Ooigem, worden er  langsheen de Leieboorden schutterputten gegraven. In de namiddag beschieten de Duitsers Harelbeke, want daar zitten er vooruitgeschoven uitkijkposten van het 12de Linie.

Geheel de nacht hoorden we gerammel van Engelse vrachtauto 's van de 44 I.D. die over de Leiebrug passeerden. Men zei dat we hier de Duitsers moesten tegenhouden, om de Engelsen toe te laten te gaan uitrusten in  Engeland. Ze zouden dan terugkomen om ons af te lossen!

Ik had mij platgelegd in mijn schuilplaats, maar de opkomende koelte van de vochtige grond deed mijn gehele lichaam rillen. Omstreeks vier uur in de morgen kwam de luitenant ons zeggen dat we moesten opletten. Tussen 5.30 en 6.30 uur zouden de Engelsen de brug over de Leie laten springen. We moesten ons goed wegbergen in onze kuil en oppassen voor neervallende brokstukken.

Boem!!! Het maakte een hels geluid en de brokstukken vlogen overal in het rond. De dynamitering was maar half gelukt. Belgische genietroepen kwamen wat later het werk afmaken. Aangezien de adjudant nog niet aangekomen was met voedsel zou ik zelf eens op uitkijk gaan. Ik ging in de richting van "De Nieuwe Wereld" en zag korporaal Pirotte'" aan het venster, het machinegeweer in aanslag, richting  Leie. De eerste Duitser die zich toont is er aan ... zei hij! We hebben de bewoners aangemaand om hier weg te gaan. Ze vroegen mij een beetje op hun woning te willen passen en ... uw zakdoek hangt gewassen op het buffet. Inderdaad en er lag nog een goed gesmeerde boterham bij! Ik dacht, na de oorlog moet ik hier zeker die mensen komen bedanken! Ondertussen kwam ook de sergeant met ons rantsoen. Je moet op de kerktoren van Harelbeke letten, zei de begeleider, ze gaan hem in de lucht laten vliegen. Ik was nog bezig met mijn gedachten toen de toren al met donderend geweld in de lucht vloog. Het was elf uur in de morgen. Mijn vader vertelde mij altijd dat in de jaren twintig men een belasting moest betalen om de geleden oorlogsschade te kunnen herstellen. Maar de schade was allang hersteld en we moesten nog steeds betalen. Waarschijnlijk zal dat weer het geval zijn. De middag passeerde en we moesten het opnieuw zonder eten stellen. Er liep ergens iets mank met de bevoorrading.

Opgelet! Kijk daar. .. riep de sergeant. Aan de overkant van de Leie zag ik enkele Duitse soldaten-motocyclisten. Ze verwekten enige opschudding. Het waren verkenners die zich waarschijnlijk op de hoogte kwamen stellen van de toestand van de brug. We mochten niet schieten, anders hadden wij onszelf verraden. We waren nog bezig met discussiëren, wanneer we de luitenant Stasse hoorden roepen ... de D.B.T!! Aan de overkant van de Leie, ongeveer twintig meter links van waar de brug lag, zat een Duitse waarnemer. .. een dakvenster was opgelicht. De sergeant gaf de coördinaten aan Bustin. Een granaat werd gelanceerd achter het betrokken huis, want daar was er waarschijnlijk al een samenscholing van vijandelijke soldaten.

De Duitsers begonnen nu terug te schieten. Onze voorposten lieten echter niet begaan, ze weerden zich lijk duivels. Nu hoorden we het geratel van de machinegeweren losbarsten, ook onze mortierschutters leverden goed werk. Opeens vielen aan onze kant de eerste granaten. De aarde spatte omhoog ... 't Was precies zoals in de oorlogsfilm "Van het westelijk front geen nieuws". Op handen en voeten was ik opnieuw tot aan de herberg gekropen. De korporaal Pirotte hield nog altijd de wacht achter zijn machinegeweer. Het vensterraam was al deels vernield door het geschut van de vijand. Wanneer Pirotte een schot loste, kreeg hij er dubbel zoveel terug. Uit nieuwsgierigheid loerde ik door het venster. Ik had nog maar de rand van mijn helm laten zien of de kogels kletsten tegen de gevel van het huis.

In de kelder zat een klein groepje afgeloste soldaten, dicht bijeen gekropen. Er was niets meer te drinken. Hoe kon het, in een herberg? Ook de waterkraan was afgesloten evenals de elektriciteit. Ik vroeg de sergeant of ik mocht gaan kijken in de andere herberg. Er was nog wel een café, maar die lag dichter bij de vijand, bijna tegen de brug die in de lucht was gevlogen. De herberg heette: "De Vier Duikers". Ik heb die naam toen op een klein briefje geschreven, want ik wilde weten wat dat betekende. Niemand durfde zich te roeren. Ze lagen allemaal diep teruggetrokken in hun schuilplaats. In de herberg waren al de vensters kapot, maar het dak stond nog op het  huis en dat gaf een veilig gevoel. In de kelder lagen hopen flessen bier. .. volle ... wat een geluk. Ik nam een kleine voorraad mee, maar het moeilijkste was terugkeren naar mijn schuilplaats, zonder gezien te zijn!  De dag verliep verder met wat heen en weer schieten, maar rond acht uur in de avond werd het rustiger. 't Is nu dat we moeten opletten, zei de sergeant, ze zullen proberen de Leie over te steken. Aan weerskanten van de rivier werden lichtkogels afgeschoten. Het was een mooi schouwspel, ware het niet dat er oorlog was. 

Ondertussen hadden de Duitsers zich volledig in Harelbeke genesteld. Zij installeerden automatische wapens in de huizen Burgemeester Constant Deylgaten vooral op de zolders met uitzicht op de Leie. Een kabelballon, die als verkenner had dienstgedaan, werd binnengehaald. Zijn taak zat erop voor vandaag. Voor de Kuurnenaren moest de hel nog beginnen, want in de vooravond werd burgemeester Constant Deylgat verwittigd dat de gehele bevolking, zonder uitzondering, de gemeente moest verlaten, om achterwaarts te trekken tot over de Mandel. Het bevel kwam van Luit-Generaal Lozet, de commandant van de 3e Infanterie Divisie. Tegen middernacht moest de gemeente ontruimd zijn. André Depypere uit de Kerkstraat, Juulke Bourgois, de veldwachters en nog enkele vrijwilligers reden onmiddellijk rond om de bevolking te waarschuwen. Het merendeel van de burgers gehoorzaamt, ze  verlaten met pijn in het hart en vol wantrouwen hun haardstede. Anderen, een klein deel, weigeren om hun huis, bedrijf,winkel of boerderij zomaar achter te laten. Ze beslissen om te gaan schuilen in de kelders, maar daar zullen ze lange en bange uren moeten doorstaan. Waar moesten ze naar toe?

Vrijdag 24 mei 1940

De nacht week traag voor de dag. Ik ging tot op de hoek van het roggeveld. Het was helder klaar, want om de drie minuten werden fusees gelanceerd. Aan de overkant van de Leie hervatte ook het leven. De automatische geweren waren letterlijk in gang geschoten.
Tegen vijf uur kwam men ons bevoorraden, niet met de kost maar met granaten. Het was dan nog de verkeerde munitie. De jongens hadden water en bloed gezweet om tussen de kogelbuien in tot bij ons te geraken. Onze sergeant zou zelf eens gaan zien. Wij hadden hier alleen nog enkele geweren en pistolen. Hij was nog maar pas vertrokken of de beschieting herbegon, maar nu heviger dan ooit. Het regende granaten. De huizen in de omgeving werden 
getroffen. Vlasschuren stonden weldra in lichterlaaie. De stank van brandend buskruit verspreidde zich over de hele Leievlakte. De granaten vielen op één lijn, niet ver van ons, dichter en dichter…

Naast onze put hoorde ik iemand schreien: "Heer, red ons - We gaan allen sterven. " ... Houdt uw smoel, riep ik hem, dat dient alleen maar om de andere jongens nog meer te verontrusten.

We zouden nu alleszins geen eten meer krijgen, want een granaat was terecht gekomen in het huis waar de commandopost van onze batterij was ondergebracht. Ik zag onmiddellijk sergeant Neven weglopen, met de handen op de borst. Scheider en Disteque sleepten hem tot bij ons. En de anderen, vroegen we angstig? De adjudant Willaumez is dood!". 
We trokken vlug de jas van sergeant Neven uit, hij had hevig bloedverlies. Ik zag dat de gewonde een witte gelaatskleur kreeg, maar hij deed nog een poging om naar ons te glimlachen. De luitenant geraakte tot bij ons. We vroegen hoe het bij hem was. Benevens zijn adjudant Willaumez was ook korporaal Pirotte gesneuveld'!", hij was gekwetst door machinegeweerkogels en wilde naar de achterste linie. Drouget was gekomen om hem naar de infirmerie te dragen, maar op dat moment heeft een andere kogel Pirotte geveld. Tussen het schieten door, kropen we, dicht tegen mekaar, langs de huizenblok. Er zat niemand meer in de putten, ze waren allemaal gaan schuilen in de kelders van huizen, uitgezonderd de makkers Hecart en Heller die allebei zwaar gekwetst waren aan het hoofd.

Heller wilde nog iets zeggen maar hij stikte in zijn bloed. Ik wilde hem wat te drinken geven, hem verzorgen... waarmee ?.. We hadden niets. Ik kon alleen de vliegen wegjagen die rond hem neerstreken'!".

We hadden nog maar een voet verzet of een kogelbui deed ons tegen de grond plakken. Onder het gefluit van de kogels kropen we verder. Nu begreep ik waarom de verplegers en die van de keuken niet naar hier durfden te komen.

We trachtten weer wat verder te geraken, het duurde lang. De luitenant had niet gedacht ons nog levend terug te zien. We vertelden hem dat wat verder de lijken lagen van Hecart en van Heller, de arme stakkerds. Hun laatste wens was, dat we nog het contact met de luitenant zouden tot stand brengen.

Het was gelukt.

De granaten vielen weer zonder ophouden op één lijn, dan twee meter verder, dan opnieuw twee meter. Over enkele inslagen zou het onze beurt zijn. De aardkluiten kletsten tegen onze helm en we werden bedekt met slijk. Eerst gingen we bijna sterven van de honger, maar straks zouden we nog diarree krijgen van de angst. Ik beloofde iedere dag van mijn leven een rozenhoedje te zullen bidden! Opeens bemerkte ik Hendricks die zich naar de achterste linie trachtte te begeven. Hij was gekwetst en zocht de infirmerie. Hij riep dat de sergeant Marechal dood was en Verrees ook en nog anderen'!". Wat verder kroop Bovy in de richting van de herberg. Hij was getroffen door een kogel, zijn been was zwaar gekwetst. Terwijl hij verder strompelde werd hij ook in het andere been getroffen''". Iedere keer dat hij zich verroerde vielen er schoten.

Wij zaten daar zonder munitie en ook al 24 uren hadden we niets meer te eten gekregen.

Sergeant, kijk daar eens ... riep Desteque! Iedereen keek in de richting van de Leie en zag dat de Duitsers kleine opblaasbare gummibootjes op de Leie hadden neergezet. Ze waren met velen. Er werden staken geplant en ze kwamen af met planken om een loopbrug te bouwen. 

We vroegen ons af wat we konden doen, toen juist luitenant Stasse, met enkele van zijn manschappen en zijn ordonnance Wahalter tot bij ons kwamen gekropen. Kom, zei hij, de D.B.T. is weldra omsingeld, we gaan trachten hier weg te geraken.

De gekwetste sergeant Neven, die zich niet meer kon bewegen, smeekte opdat we hem niet alleen zouden laten. "Zo ik het niet overleef, zeg aan mijn vrouw ... " Ik keerde me om en zei aan de sergeant dat hij zich niet ongerust hoefde te maken. De Duitsers zouden hem goed verzorgen, voor jou is de oorlog gedaan!

We sprongen uit onze schuilplaats en stelden ons in lijn gedekt op, de één na de andere ... en hup ... hup ... in volgorde snelden we weg. Nog nooit in mijn leven had ik zo hard gerend. We hoorden de kogels langs ons fluiten.

We kwamen aan een veld dat afgesloten was met prikkeldraad en wat verder was er een weide. Opeens een geweldige slag en een lichtflits die me totaal verblindde. Toen ik me omdraaide zag ik drie kameraden die gesneuveld waren. Ik herkende Wahalter, die juist voor mij lag. Er waren ook gekwetsten bij'!".

Ivan GerardTerwijl de beschieting herbegon, voelde ik dat mijn één been al bijna op de andere wereld was. Ik was ook gekwetst, gelukkig minder erg. We staken de weide over en langs een kleine achtertuin geraakten we binnen in een huis. Er was hier geen levende ziel, de bewoners waren gevlucht, maar de koffiekan stond nog op de kachel. Aangezien de sleutel op de achterdeur stak, gingen we daar naar buiten. We zagen nu meer Belgische soldaten die zich verscholen hadden. De luitenant ging zich aanmelden op de commandopost bij kolonel Yvan Gérard, een krijgsman die al in de oorlog 1914-18 zijn strepen had verdiend'", Toen hij terugkwam zei hij ons dat we onze posities moesten her innemen. We 
gingen terug, maar nu langs een veld- weg, terwijl granaten rondom ons ontploften. We passeerden verlaten posten. De machinegeweren stonden er nog, maar zonder munitie ...

In de verte zagen we de Duitsers aankomen... We konden niets doen. Van achter een struik kwam de majoor Gohy gekropen. "Haast je dat je wegkomt, ik zal je aftocht dekken ... ", riep hij ons toe en hij plaatste zich achter zijn machinegeweer.

Hij moest het ons geen tweemaal zeggen. We dwarsten een straat en door de velden kwamen we opnieuw aan een hoeve, de vroegere CP. van de kolonel. Er was daar maar één soldaat, die vlug alles vernietigde wat nog bruikbaar kon zijn voor de vijand. Hij zei ons dat de kolonel en zijn luit. Coune met de sidecar samen waren weggereden om het vaandel van het 12e Linie in veiligheid te brengen. Ze hadden zich teruggetrokken tot in de school "De Kat" langs de Brugsesteenweg'!". We marcheerden nog enkele honderden meters verder tot aan een punt
genaamd "De Stokerie", waar we allemaal, met de resterenden, per compagnie werden verzameld.

De dag van vrijdag 24 mei 1940, aan de Leie te Kuurne, zal ik nooit vergeten!

 

Een stinkende rook dreef over Kuurne. Huizen en vlas schuren stonden in brand. Aan de Leieoevers hadden de Belgische soldaten schuilplaatsen gegraven, waarin ze zich hadden verweerd tot het uiterste. De Leiekant achter de Harelbeeksestraat was één slagveld. De tuinen en achtertuinen van de families Coucke, Carpentier, Vanoverbeke, Vanneste, Verstraete, Vandenberghe lagen bezaaid met gekwetste en gesneuvelde soldaten.

Gesneuveld aan de Leie